Ervaringsverhalen over Pleegzorg

Ervaringsverhalen over pleegzorg

Pleegouders en pleegkinderen vertellen

Lijst met boeken met ervaringsverhalen over pleegzorg

Deze lijst bestaat uit boeken met ervaringsverhalen over pleegzorg, aan het woord zijn pleegouders, ouders en pleegkinderen over hun ervaringen met pleegzorg.

type

auteur

titel

omschrijving

Baas, M. & Breijer, A. (?)

Jíj boft dat je mij hebt

Een pleeggezin is het beste alternatief voor kinderen die niet bij hun eigen ouders kunnen opgroeien. Jaarlijks wonen zo’n 25.000 kinderen voor kortere of langere tijd bij pleegouders. 

Pleegouders zijn dringend nodig. Toch weten zes op de tien Nederlanders niet wat pleegzorg is. De meesten nemen aan dat ze helemaal niet in aanmerking komen voor het pleegouderschap Jij boft dat je mij hebt! is niet alleen boeiend voor iedereen die reeds bij pleegzorg betrokken is – van professionals in de pleegzorg tot pleegouders en pleegkinderen zelf – maar vooral ook voor betrokken buitenstaanders die de pleegouder in zichzelf nog moeten of kunnen ontdekken. 

Jij boft dat je mij hebt! overtuigt door een rake mix van openhartige interviews en zeer praktische informatie over het belangrijke werk van pleegouders en pleegzorg. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat je als alleenstaande pleegouder kunt worden. 

Ervaring met het opvoeden van kinderen is niet noodzakelijk. 55-plussers komen ook in aanmerking. Evenals gezinnen met twee vaders of twee moeders. Weinig geld of een niet al te goot huis zijn geen belemmering. Ook een drukke baan niet. Je kunt die vorm van pleegzorg kiezen die het beste bij je past: crisis-, weekend-, vakantie-, of langdurende pleegzorg.

De Boer, F. (2019)

Pleegzorg maakt mij rijker!

Pleegzorgverhaaltjes van Femke de Boer, een ervaringsdeskundig ‘eigen kind’ uit een pleeggezin dat later zelf in de pleegzorg werkt en vanuit verschillende 

perspectieven pleegzorgervaringen deelt.

De Bree, H. (2022)

HENK –
Het levensverhaal van een pleegkind

Henk de Bree (1968) uit het Friese Blije is van alles: kind van de jaren zeventig en tachtig, duurzaam ondernemer, oud-Landmachtofficier, vriend en amateurastronoom. Kortom:

véél meer dan een voormalig pleegkind. Maar zijn uithuisplaatsing op zijn negende kleurde wel zijn karakter. Niet voor niets gaf hij zijn pas verschenen boek de titel: HENK – Het levensverhaal van een pleegkind.

‘Niet alleen voor mij, als pleegouder, maar voor iedereen is dit een hoopgevend en mooi verhaal van een gelukkig (pleeg)kind dat goed terecht is gekomen’, schrijft radiopresentator Gijs Staverman over het boek. De ambassadeur van Pleegzorg Nederland schreef het voorwoord van de 250 pagina’s dikke autobiografie en concludeert: ‘opgroeien als kind in een onveilige situatie is dramatisch, maar je kunt ook een eigen weg vinden en proberen om niet iedereen de schuld ergens van te geven. Het is immers jouw toekomst, niet de toekomst van die dronken moeder of stomme vader.’

De spijker op zijn kop, zegt Henk de Bree zelf. Na een kindertijd die werd getekend door de alcoholverslaving van zijn natuurlijke moeder bracht de plaatsing in een pleeggezin op zijn negende hem vooral rust. Het is daar dat hij naar eigen zeggen ,,het wilsbesluit” neemt om een zelfstandig leven te leiden en vooral op een positieve manier te kijken naar de toekomst. ,,Ik had het gevoel dat leerkrachten, hulpverleners en pleegouders lage verwachtingen van mij hadden. Je hebt als pleegkind een stempel, je wordt gezien als risicofactor voor criminaliteit, drank- of drugsverslaving.” Henk weigerde zich te gedragen naar dat vooroordeel. ,,Als ik naar alle goedbedoelde adviezen had geluisterd, was ik bijvoorbeeld op de kappersopleiding beland. In plaats daarvan koos ik mijn eigen opleidingstraject, beginnende met de havo.”

In het boek beschrijft Henk op meeslepende wijze hoe hij in de jaren daarna beroepsofficier bij de Landmacht wordt, een heao-opleiding voltooid, een bedrijf in klassieke auto’s begint en uiteindelijk – na nog een aantal jaren in de farmacie en later medische hulpmiddelen – duurzaam ondernemer wordt. Hij woont sinds 2018 in een boerderijtje aan de voet van de Zeedijk in Noord-Fryslân. Daar drijft hij met zijn vriendin een duurzame hotel- en B&B-keten. Je kunt dus wel zeggen dat hij goed terecht is gekomen. Toch leeft hij nog altijd met een zekere onrust. ,,Toegeven aan vastigheid is en blijft lastig. En dat is een erfenis uit mijn verleden als pleegkind.”

De Jong, T. (2011)

In huis en hart

Duizenden pleeggezinnen stellen dagelijks hun huis en hart open voor een ‘kind van een ander’. Zij vormen een onmisbaar – maar betrekkelijk onzichtbaar – onderdeel van 

onze samenleving. In dit boek zijn de ervaringen opgetekend van een gevarieerde groep pleegouders. Alleenstaanden en samenwonenden met verschillende culturele achtergronden, met en zonder eigen kinderen. Mensen die een kind uit de familie- of kennissenkring opvangen en mensen die zich bij een pleegzorginstelling aanmeldden omdat zij kinderen wilden helpen die het minder getroffen hebben. 

Wat houdt pleegzorg in? Wat beweegt iemand om pleegouder te worden? Kan een kind zich hechten in een ‘vreemd’ gezin? Hoe reageren eigen kinderen van pleegouders op de komst van een pleegbroer of -zus? Is het moeilijk als een pleegkind weer vertrekt? 

Over deze en andere vragen laten de geïnterviewden hun licht schijnen. Zij vertellen over de leuke en lastige kanten van pleegzorg, de dilemma’s, de teleurstellingen en de successen. Veel pleegouders zullen zich in de verhalen herkennen. Voor aspirant-pleegouders kan dit boek helpen bij de voorbereiding op het pleegouderschap. 

Direct betrokkenen, zoals familie en vrienden, krijgen meer inzicht in wat er allemaal komt kijken bij pleegzorg. Voor professionals en studenten is deze bundel een aanvulling op de vakliteratuur, doordat de praktijk hier vanuit het perspectief van pleegouders wordt belicht. Voor een breder publiek geven de portretten een inkijkje in het dagelijks leven van gewone en tegelijk bijzondere gezinnen. Deze uitgave is een co-publicatie met Stichting Mobiel.

 

De Vletter, K.  (2021)

Hoe doen andere pleegouders dat?
Inspiratie voor het dagelijks leven

In dit boek delen meer dan honderd pleegouders uit Nederland en België hun ervaringen, ter inspiratie voor andere pleegouders. Hoe gaan zij om met de situaties en

uitdagingen die zij tegenkomen? Hoe doen andere pleegouders dat? biedt pleegouders nieuwe perspectieven en verrassende tips die je kunt toepassen in je eigen gezinssituatie.

Klaartje de Vletter is pleegmoeder en houdt van uitdagingen. Haar doel is bereikt als pleegouders zich erkend en geïnspireerd voelen door dit boek.

“Niet alleen voor de creatieve, maar juist ook voor de pleegouders die creativiteit van nature minder in hun gereedschapskistje hebben is dit een waardevolle bundeling. Creativiteit is een mooi middel om met kinderen te communiceren.”
– Marchien Timmer, medewerker Training & Selectie Yorneo pleegzorg

“Tijdens het lezen denk ik heel vaak: die moet ik onthouden voor als ik in zo’n situatie zit!”
Karin van de Koppel, pleegmoeder

“Dit boek geeft richting zonder belerend te zijn. Ik word er heel blij van! Ook van de herkenning die ik erin vind.” – Elio Panneman, pleegvader

“Ik ben geïnspireerd geraakt door de foto’s  en de teksten in het boek. Ik kan mijn eigen draai aan die werkvormen geven en zo heel concreet dingen toepassen voor de kinderen voor wie ik mag zorgen.”
– Nienke Smit, pleegmoeder

Doeleman, G.  (2009)

Pleegouderschap in de praktijk – Werkboek voor de pleegouder

Pleegouder zijn vraagt meer dan een ruim hart. Het vraagt pedagogisch inzicht in wat een kind overkomt en inzicht in wat er binnen het gezin gebeurt als er een pleegkind komt 

of reeds aanwezig is. Van een pleegouder wordt verwacht dat hij goed kan afstemmen op deze situatie en vanuit de eigen persoonlijke kwaliteiten sturing geeft aan de opvoedingsprocessen.
Pleegouderschap in de praktijk gaat in op de vele kanten van het pleegouderschap. Een pleegouder is in de eerste plaats een ouderopvoeder, geen hulpverlener. Toch kunnen zich situaties voordoen, waarin je meer moet doen dan gewoon opvoeden. Dit boek is bedoeld om inzicht in het pleegouderschap te vergroten. Het boek gaat onder andere in op de verschillen tussen gewoon opvoeden en pleegopvoeden, de voorbereidingen op het pleegouderschap en de manieren van verantwoord omgaan met het kind. Ook zijn praktijkervaringen van pleegouders opgenomen.
Gerda Doelman is opgeleid als docent pedagogiek, is gecertificeerd supervisor en trainer van contactvaardigheden. Ze ontwikkelt trainingen op het gebied van begeleidingswerk en heeft speciaal voor pleegouders twee trainingen gerealiseerd: Pleegouderschap in de praktijk en Omgaan met een kind met een hechtingsprobleem. Ze heeft ervaringen met pleegkinderen en is actief betrokken bij het werk van Pleegoudersupport Zeeland.

Doeleman, G.  (2018)

De competente pleegouder

Pleegouder zijn is een mooi `vak. Maar wat motiveert je om pleegouder te zijn? Je wilt een kind dat in de verdrukking is geraakt in het eigen gezin grootbrengen. De praktijk van 

alledag stelt je echter steeds voor kwesties die nieuw voor je zijn. Goede ondersteuning is daarbij belangrijk maar ook om competent te zijn. Ervaren pleegouders zijn deskundigen die vaak zelf het beste weten hoe ze situaties moeten aanpakken. 

Dit boek stimuleert om deskundig te worden en geeft veel tips en handreikingen om te leren van eigen ervaringen. Met deze aanpak ga je gericht kijken naar je eigen ervaringen en word je bewust van eigen manier van denken, voelen en handelen in sociale situaties. Daarmee leer je van je eigen ervaringen en wordt je sterker in de rol als pleegouder. 

De thema’s in het boek cirkelen rondom het omgaan met anderen en met jezelf in verschillende situaties in de pleegzorg. Jouw eigen verhaal daarin is het belangrijkste, omdat het om je zelf gaat als ouder, die er voor het kind is. 

De auteur is zelf pleegouder geweest. Momenteel is zij betrokken bij Pleegoudersupport Zeeland. Ze begeleidt daarbij onder andere een gespreksgroep van pleeggrootouders. Ze heeft op alle niveaus in het beroepsonderwijs gewerkt. Door deze loopbaan, de studie onderwijskunde en opleiding supervisiekunde is ze op het spoor van ervaringsleren gekomen. Heeft daar diverse boeken over geschreven. Door haar activiteiten in onderwijs, jeugdwerk en als erkend supervisor heeft ze veel geleerd van pleegouders, studenten in het MBO en HBO en mijn super-visanten.

Feller, E.  (2019)

Saai is het nooit

Saai is het nooit geeft een kijkje achter de voordeur van een pleeggezin voor pubers. Auteur Ellen Feller deelt boeiende, spannende en ontroerende momenten die zij in ruim twintig 

jaar als pleegouder heeft ervaren. Jongeren met verschillende achtergronden, levensovertuigingen, karakters, uitdagingen en kwaliteiten een duwtje in de goede richting geven, dat is wat Ellen en haar partner Moon drijft. 

‘Miniverhaaltjes’ wisselt ze af met praktische adviezen – concrete handvatten voor pleegouders (in spe) om hun pleegtiener zo goed mogelijk te begeleiden. Het geheel wordt aangevuld met wat in de literatuur bekend is over het succesvol opvoeden van pleegjongeren. 

Vier van de jongeren die bij Ellen en Moon in huis hebben gewoond, komen aan het woord over hoe zij terugkijken op vaak levensbepalende ervaringen in die periode. Saai is het nooit – een inspiratieboek om de opvang van tieners in een pleeggezin tot een succes te maken. Het boek is bedoeld voor (potentiële) pleegouders, docenten, hulpverleners, beleidsmakers en jeugdhulpverleners.

Flens- Meijer, F. (2010)

Een blauwe plek op je ziel

Frieda Flens kijkt achterom. Ruim dertig jaar geleden kwam pleegdochter Tricia in haar gezin. In de periode daarna wordt duidelijk dat de biologische moeder van Tricia niet 

voor haar kan zorgen en wordt ze door haar pleeggezin geadopteerd. Wanneer Tricia twintig is, schakelen moeder en dochter het tv-programma Spoorloos in om de biologische vader van Tricia te vinden. Frieda Flens-Meijer schreef destijds een dagboek van Tricia als herinnering aan haar eerste levensjaren.

Gunsing, H.  (2021)

Kind geen bezwaar

In 60 korte verhalen over haar jeugd met en zonder haar moeder op veel verschillende adressen, weet de schrijfster te bereiken dat je voelt hoe dat is en wat het betekent voor
 
later.
Kind geen bezwaar hanneke gunsing Op mijn 15e verjaardag stond hij voor de deur. We keken in een spiegel: dezelfde krullen, dezelfde kleur ogen. Ook onze tweede teen was op dezelfde manier geknikt. Hij was duidelijk mijn vader. Ik had hem gevonden. Punt. Auteur Hanneke Gunsing (1951) schrijft korte verhalen. Zij put uit een rijk verleden waarin zij met en zonder haar moeder op allerlei plaatsen en in heel veel gezinnen woonde. Met een scherpe blik en milde pen, weet zij haar lezers te raken en ontroeren.

Haans, G. (2017)

Ouderschap zonder opvoederschap

‘Wie zijn kind zelf niet kan opvoeden, wil niet deugen’, zo luidt ongeveer het maatschappelijk oordeel over ouders die hun kind niet mogen opvoeden. Falend ouderschap is bijna 

het ergste dat je kan overkomen. Geen wonder dat veel van deze ouders besluiten een levenslang gevecht aan te gaan met de instanties die zij verantwoordelijk achten voor het grootste verlies dat hen is overkomen. In de meeste gevallen betreft het kinderen die op last van de jeugdbescherming en de kinderrechter definitief in een pleeggezin zijn geplaatst. 

Gé Haans wil deze ouders met dit boek een podium geven. Op basis van zeventien diepte-interviews wil hij meer begrip kweken voor deze ouders, voor hun verdriet, hun gevoelens van onrecht, hun strijd en voor het gegeven dat deze wonden niet kunnen helen. Naast de ouders zelf, komen ook experts op het gebied van jeugdbescherming en pleegzorg aan het woord. Inzicht in wat deze ouders drijft en in het proces dat zij doormaken, kan de ouderbegeleider/pleegzorgwerker behulpzaam zijn bij het vormgeven en sturen van het vaak complexe samenwerkingsproces tussen ouders en pleegouders. 

Het welslagen van dit proces is de basis van een succesvolle pleeggezinplaatsing en kleurt daarmee de ontwikkelingskansen van het pleegkind. In Ouderschap zonder opvoederschap bepleit de auteur een paradigmawijziging binnen de pleegzorg: niet de ouder op afstand, maar de ouder als co-opvoeder binnen de pleegzorg. Dat is een vorm van pleegouderschap die het kind en zijn ouders ondersteunt en niet vervangend ouderschap beoogt. In dit nieuwe paradigma groeit het kind op in twee families. 

In deel 3 ten slotte krijgt de lezer handreikingen hoe de samenwerking vanuit het ouderperspectief het beste vorm kan krijgen en wat dit betekent voor de pleegzorg in het algemeen. Gé Haans was 40 jaar werkzaam in de jeugdzorg waarvan de laatste 10 jaar als behandelcoördinator binnen de pleegzorg. Hij heeft meerdere publicaties op het gebied van jeugdbescherming en pleegzorg op zijn naam staan.

Haase, R. (2008)

Crisiskinderen, dagboek van een opvangmoeder

Als baby van twee uur oud werd Roos Haase pleegkind: haar moeder wilde niet voor haar zorgen. Geen seconde van haar jeugd zou ze willen overdoen, maar tegelijk wist ze al heel 

vroeg dat ze haar ervaringen wilde omzetten
in iets positiefs. Ze besloot pleegmoeder te worden en dat heel anders te doen dan haar eigen pleegmoeder.
Samen met haar man ving Roos Haase meer dan honderd kinderen op die om allerlei redenen uit huis werden geplaatst. Ze gaven ze tijdelijk een veilige plek in hun eigen gezin. De een kort, de ander wat langer, de
een nog een baby, de ander al een tiener, zonder uitzondering kinderen met een eigen, soms verschrikkelijk, verhaal.

Harting, E. (2012)

Herrie in huis – Ervaringen van een gezinshuismoeder

In Nederland wonen 1350 kinderen in zo’n 390 gezinshuizen, een tussenvorm tussen een pleeggezin en een tehuis. De pleegkinderen die voor plaatsing in aanmerking 

komen, hebben meervoudige gedragsproblemen waardoor een reguliere pleeggezinplaatsing niet haalbaar is.

Een gezinshuisouder is als plaatsvervangend opvoeder belast met de orthopedagogische aspecten van het verblijf van meestal vier kinderen in een 24-uurssituatie. Taken lopen uiteen van het observeren, opvoeden, behandelen, begeleiden, stimuleren en activeren van de kinderen, tot het schrijven en uitvoeren van opvoedings- en evaluatieplannen en bijwonen van verschillende overleggen. Deze hulpverlening wordt geboden in een zo alledaags mogelijke gezinssituatie: het gezin van de professional. Hier krijgen kinderen de kans om samen te leven, te leren, plezier te maken en te groeien.

Herrie in huis beschrijft de dagelijkse gebeurtenissen in zo’n gezinshuis. Er wordt zowel aandacht besteed aan de ups en downs van de kinderen, als aan de emoties waartussen de professionele opvoeders heen en weer geslingerd worden. Daarnaast wordt er stilgestaan bij de theorie van hechtingsontwikkeling en -problematiek.

Hupkes, C. (2018)

Om een kind of het veilige huis

Om een kind of Het veilige huis, is een ervaringsboek over de pleegzorg voor het jonge kind. Christianne Hupkens heeft met haar gezin veel ervaring opgedaan als pleeggezin 

in de crisisopvang. In de loop der jaren hebben ze elf jonge kinderen opgevangen. Dit boek geeft een goed beeld van de pleegzorg, gezien vanuit het pleeggezin, en haar voorbeelden en tips uit de praktijk schetsen een levendig, inspirerend en vaak ontroerend beeld van wat het inhoudt om pleeggezin te zijn en wat er allemaal bij komt kijken. De lezer maakt kennis met Sabina, Amir, Kevin, Hannah, Jesse, Kaya, Fatima, Samantha en Jacco, Patricia en Danah. De manier van vertellen van Christianne Hupkens zorgt ervoor dat je in je hart geraakt wordt door deze kwetsbare kinderen

Jansen, I. (2019)

Ik word wie ik ben

“ Ik Word Wie Ik Ben” is een indringend levensverhaal over de helende kracht van de waarheid die nodig is om je van je verleden los te maken. Het geeft een inkijk in het leven van 

een klein meisje wiens moeder borderline heeft. Ze neemt je mee haar wereld in; die van verlatingsangst en hunkering naar onvoorwaardelijke moederliefde. Ze komt in meerdere pleeggezinnen terecht en ontwikkelt een overlevingsstrategie: aanpassen, vergeten en doorgaan, in de hoop dat het gaat voelen alsof ze bij iemand hoort. 

Als volwassen vrouw blijft ze deze strategie toepassen en heeft ze niet in de gaten dat ze zichzelf kwijt is geraakt. Tot ze in een burn-out belandt en zich realiseert dat ze de sleutel tot herstel zelf in handen heeft. Er is ‘slechts’ moed voor nodig. Moed om de gebeurtenissen van haar jeugd te bekijken in plaats van te verstoppen. Dan kan ze eindelijk het beeld loslaten van wie ze denkt te moeten zijn.

Juffer, F., Popma, L., Steenstra, M. (2021)

Als broers en zussen
Samen opgroeien in een adoptie- of pleeggezin

Hoe is het om als broers en zussen op te groeien in een adoptiegezin, pleeggezin of gezinshuis? In twaalf dubbelinterviews vertellen vierentwintig jongeren in de

leeftijd van veertien tot twintig jaar over hun ervaringen. De verhalen en fotoportretten geven een inkijkje in hun onderlinge verbondenheid. Er is speciale aandacht voor de biologisch eigen kinderen in een adoptie- of pleeggezin. Zij komen aan het woord met hun pleegbroer of -zus of hun geadopteerde broer of zus. De verhalen laten zien dat je broers en zussen kunt zijn, maar ook broers en zussen kunt worden. De interviews met de jongeren worden gevolgd door een inhoudelijk hoofdstuk. Wat weten we vanuit wetenschappelijk onderzoek over de unieke en waardevolle relatie tussen broers en zussen? 

Broers en zussen spelen samen, meten zich met elkaar en kunnen elkaar hulp en steun bieden. De jongeren in dit boek geven met hun persoonlijke verhalen een stem aan al die adoptie- en pleegkinderen die vergelijkbare ervaringen hebben.

Kruiger, G. (2013)

Ik noem je bij je naam

Ontroerende verhalen over opvoeden en loslaten van (pleeg-)kinderen. Auteur Gerda is al jaren pleegmoeder in hart en nieren. In de loop der jaren heeft zij samen met Piet, 

haar man, veel kinderen een thuis in haar gezin gegeven. Een liefdevol vasthouden en dan weer loslaten. Elk kind was anders en bracht zijn eigen karakter en eigenschappen en kwetsbaarheid mee. De columns van Gerda ontroeren door haar eerlijkheid en kwetsbaarheid. Ze gaan over het vallen en opstaan als (pleeg-)ouder en over de kinderen die aan hun gezin zijn toevertrouwd.

Lomans, F. (2012)

Koekie en ik

In de zomer van 2009 kwam Koekie, een Surinaamse jongen die net acht geworden was, terecht in Amsterdam Oud-Zuid bij Céline van Gennep en Frans Lomans. Koekie had al een 

bewogen leven achter de rug: dit was niet zijn eerste pleeggezin. Lomans, die 54 was toen Koekie in zijn leven kwam en die daarvoor geen enkele ervaring met kinderen en opvoeden had, schreef wekelijks een blog over Koekie op de site van J/M voor Ouders. Over hoe langzaam duidelijk werd wat Koekie allemaal meegemaakt had, over hoe Koekie veranderde en over hoe Koekies komst ook zijn bestaan en dat van zijn vrouw volstrekt op z’n kop zette. Het leven werd een achtbaan: van de hemel naar de hel en terug. Koekie & ik is een soms tragisch, maar vaak ook komisch verslag van de eerste jaren van Koekie bij zijn nieuwe gezin.

Oldenhave, M. (2019)

Weet ik veel, belevenissen van een pleegmoeder

inkijkje in de wereld van het pleegmoederschap, gebaseerd op haar eigen ervaringen.
Mirjam Oldenhave, auteur van de Mees Kees-serie, geeft in

Weet ik veel een inkijkje in de wereld van het pleegmoederschap. Ze is pleegmoeder van de negenjarige Esi, die oorspronkelijk uit Ghana komt. Als dochter van een moeder die is opgegroeid in een pleeggezin wist Mirjam al vroeg dat ze ook pleegmoeder wilde worden. Esi blijkt een erg leuk, maar vooral ook erg eigenwijs meisje te zijn dat een plek moet vinden bij haar nieuwe ouders.

In glasheldere taal neemt Oldenhave in Weet ik veel de lezer mee in de wereld van pleegouders en pleegkind. Een ontroerend boek over wennen, regels, verhoudingen, onmacht en communicatie, maar vooral over liefde en plezier. Weet ik veel is ontroerend als de verhalen van Annie M.G. Schmidt en helder als de columns van Martin Bril.

Postma, K. (2018)

Laat maar komen! 

‘Terug naar Kim en René zou voor mij ideaal zijn. Maar ik ga toch niet de plaats innemen van kinderen die in nood zijn en daar naartoe moeten voor een crisis?’ (Eric-Jan)

Af en toe geestig en zonder vals sentiment hebben Kim Postma en René Wokke hun ervaringen met crisisopvang van pubers in dit boek opgeschreven. Ruim tien jaar lang stelden zij hun woonschip Hendrik Jan in Amsterdam voor hen open. Het waren vaak levensbepalende ervaringen voor de jongeren, zoals ook blijkt uit hun eigen verhalen in het boek. Kim en René delen hun onzekerheden en ook hun onvermijdelijke fouten met de lezer. Maar tonen eveneens hun onvoorwaardelijke betrokkenheid bij het welzijn van de aan hun zorgen toevertrouwde kinderen.

Sentille, S. (2021)

Stranger care –
A memoir of loving what isn’t ours

The moving story of what one woman learned from fostering a newborn—about injustice, about making mistakes, about how to better love and protect people

beyond our immediate kin.

May you always feel at home.

After their decision not to have a biological child, Sarah Sentilles and her husband, Eric, decided to adopt via the foster care system. Knowing that the goal is reunification with the birth family, Sarah opens their home to a flurry of social workers who question, evaluate, and ultimately prepare them to welcome a child into their family—even if it most likely means giving them up. After years of starts and stops, a phone call finally comes: a three-day old baby girl, in immediate need of a foster family. Sarah and Eric bring this newborn stranger home.

“You were never ours,” Sarah writes, “yet we belong to each other.”

A fierce story about love and belonging, Stranger Care shares Sarah’s discovery of what it means to take care of the Other—in this case, not just a vulnerable infant, but the birth mother who loves her too. With her trademark “fearless, stirring, rhythmic” (Nick Flynn) prose, the acclaimed author of Draw Your Weapons brings her creative energies to an intimate story, with universal concerns: What does it mean to mother? How can we care for and protect each other? How do we ensure a better future for life on this planet? And if we’re all related—tree, bird, star, person—how might we better live?

Terpstra, A. & Renting, V. (2020)

Ik haat je, blijf bij mij

Een indrukwekkend boek met verhalen die binnenkomen. Ouders vertellen openhartig over schrijnende situaties vol onmacht en verdriet. Doordat de veertien jarige Valentina 

zelf over haar hechtingsstoornis vertelt, wordt het onderwerp vanuit verschillende oogpunten belicht. De verhalen worden afgewisseld met tips en theorie over hechtingsproblematiek wat maakt dat dit boek een bron van herkenning en informatie zal zijn voor ouders die dagelijks met deze problematiek te maken hebben. Voor lezers die niet heel bekend zijn met hechtingsproblematiek gaat een wereld open. Een aanrader voor iedereen die te maken heeft met deze problematiek: ouders, verzorgers, leerkrachten, therapeuten, orthopedagogen en andere professionals. Maar ook zeker de moeite van het lezen waard voor iedereen die meer wil weten over deze ingewikkelde problematiek.

Van Beek, F. (2016)

Oei, pleegmoeder

Je bent een kind. Je woont een tijdje of langer ergens anders. Je bent een ouder. Je gunt zo’n kind een plekje in je gezin. En dan? Oei. Dan heb je stof voor het schrijven van 

indringende gedichten. Pleegzorg mag dan van alle dagen en eeuwen zijn, vanzelfsprekend is het niet. Dichters als Remco Campert, Tjitske Jansen en Inge Lievaart kunnen erover meepraten. In rake bewoordingen zetten zij en andere dichters in 30+1 gedichten neer waar ook dikke boeken over zijn geschreven. De kleuren en beelden van Brigida spreken voor zich en zetten deze bloemlezing kracht bij. 

Gedichten van Remco Campert, J.A. Der Mouw, Frans Hoppenbrouwers, Henk Fonteyn, P.A. de Genestet, Ati van Gent, Geert Holterveld, Tjitske Jansen, Ernie Kuijer, Ivon van Langen, Inge Lievaart, Koos Meinderts, Henk van ter Meij, Nel Benschop, Alice Nahon, Paul van Ostaijen, Alexandra Pareira, W.L. Penning jr. Thenera van der Pluijm, J.C. van Schagen, A.C.W. Staring, Kees Stip, Margriet Storms, Ineke Thierauf, A.F. Troost, Alfred Valstar, Andre van der Wal, Levi Weemoedt en anderen.

Van de Velde, J. (2021)

Steen voor steen

Ook deze derde youngadultroman van Jacodine van de Velde is een emotionele rollercoaster met hoofdpersonen die in de knoop zitten. Iris moet zien om te gaan met 

donkere gedachten, haar drang tot zelfbeschadiging en een heftig verleden. De zeventienjarige Iris heeft het thuis niet makkelijk gehad, maar inmiddels heeft ze haar plek gevonden in het pleeggezin waar ze al enkele jaren woont. Wanneer ze de zomer opnieuw met haar opa en oma op camping Le Tournesol doorbrengt, krijgt ze nieuws over haar moeder dat haar volledig uit balans brengt. Ze gaat overal aan twijfelen en worstelt weer in alle hevigheid met haar verleden. De aanwezigheid van de negentienjarige Maduro op de camping maakt het er niet eenvoudiger op. Hij lijkt vastberaden de muren om haar heen neer te halen, iets wat Iris absoluut niet wil laten gebeuren.

Van Dijken, L.M. (2021)

Het verborgen meisje

Het verhaal van Lily is pijnlijk en mooi tegelijk. Ik voelde het en ik voel met haar mee. Hopelijk helpt het anderen te begrijpen en in te zien dat alles wat een mens meemaakt,

hoe jong ook, gevolgen heeft, soms zelfs een leven lang.

Karin Bloemen
Zangeres, pleegouder

Van Elk, W. (2016)

Ik speel dat ik je moeder ben

Als baby van drie weken oud kwam Eefje als pleegdochter in een gezin met twee moeders en twee oudere pleegbroers wonen. Na enkele onzekere jaren bleek zij een 

 verstandelijke beperking te hebben. Daarnaast ontwikkelde zij in haar puberteit een gedragsstoornis, waardoor ze na ruim veertien jaar niet meer permanent in het pleeggezin kon wonen. Eefje had sporadisch contact met haar biologische moeder. Deze vrouw overleed plotseling toen Eefje dertien jaar oud was.

Van Zanten, T. (2021)

Achter mijn voordeur
Het vervolg

Na vijf jaar verschijnt nu Het vervolg op Achter mijn voordeur van Truusje van Zanten. Na de verschrikkingen van het huiselijk geweld waarmee zij en haar kinderen te maken 

kregen en wisten te overwinnen, is het nu zaak de trauma’s te verwerken en aan een goede toekomst voor de kinderen te werken. Dat is nog niet zo eenvoudig. De kinderen groeien deels op bij pleegouders en gezinshuisouders en bij Truusje thuis. Alles draait om samenwerking. Tussen Truusje en de ouders bij wie de kinderen opgroeien, maar vooral ook met tal van instanties zoals pleegzorg, jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming, jeugdbescherming en andere. In dit boek laat Truusje zien hoe het heel erg mis kan gaan als de samenwerking ontbreekt.
In haar eigen leven gebeurt er ook van alles: onrechtmatig ontslag, een zelfmoord, een fantastische kerstactie, een nieuwe baan. Veel gaat goed, maar lang niet alles. Sommige gebeurtenissen zijn met geen pen te beschrijven. En juist daarom schreef Truusje van Zanten dit boek in haar eigen klare stem, een belangrijk boek voor iedereen die op welke manier dan ook met jeugd en trauma’s te maken heeft.

Wildeboer, M. (2021)

Verwonder
Over mijn leven als ‘eigen kind’ in een gezinshuis

Mijn ouders hebben een gezinshuis. Ik ben opgegroeid met pleegkinderen en dat heeft mij geleerd dat lang niet elke thuissituatie hetzelfde is. Door de jaren heen heb ik naast 

de vele mooie en bijzondere momenten, ook lastige en pijnlijke momenten ervaren. Dit boek is een verzameling van deze momenten, ervaringen en mijn emoties. Dit is mijn persoonlijke verhaal over het opgroeien als ‘eigen kind’ in een gezinshuis. Marlin Wildeboer (22 jaar) studeert Toegepaste Psychologie in de mooie stad Groningen. Na jaren pleeggezin te zijn geweest voor crisisplaatsingen, hebben haar ouders sinds december 2015 een gezinshuis. In haar boek Verwonder deelt Marlin haar ervaring en kennis.

Wolfs, R. (2014)

De cirkel van verbinding

Pleeg- en adoptiekinderen raken in hun jeugd het (dagelijkse) contact met de biologische ouders kwijt. In de volwassenheid hebben velen de behoefte om terug te 

Pleegkinderen hopen op het hervinden van een liefdevol contact. Geadopteerden verlangen naar meer informatie of naar een hereniging met hun onbekende ouders. Dit zoeken en verlangen duurt voor velen een leven lang en dat maakt het rouwen over dit betekenisvolle, jonge verlies ingewikkeld. Deze gids gaat over dit voortgaande rouwproces. Afwisselend bespreekt Renée Wolfs theorie en praktijk. Zij introduceert ‘De Cirkel van Verbinding’, een rouwmodel waarmee geadopteerden en pleegkinderen hun verliesgevoelens zelf ter hand kunnen nemen. Zij gaat daarbij uit van hun eigen kracht.